Almelo Geschiedenis

Almelo ontstond in de Middeleeuwen. De naam gaat terug op de Germaanse woorden alma “olm” en lauha “lo”. Een lo is een bos dat gelegen is op zandgrond en vaak vlak bij een nederzetting ligt.

Op de hierboven genoemde kruising van de Almelose Aa en die landweg stond het voor het eerst in 1236 genoemde en nog steeds bestaande Huis Almelo. Uit oude documenten blijkt dat de nederzetting in ieder geval in 1420 al stadsrechten had. De stad had een gracht, maar geen muur, en is dan ook nooit van militair belang geweest. Huize Almelo bestaat waarschijnlijk al sinds de 12e eeuw en is tot op de dag van vandaag in handen van de familie van  Rechteren Limpurg. De familie had eeuwen verschillende rechten in de stad Almelo, waaronder dat om recht te spreken. Tegenwoordig houdt de graaf zich bezig met restauratie van oude panden in de binnenstad en het onderhouden van bossen die eigendom van de familie zijn.

 

Vanaf de jaren 60 kreeg de Almelose textielindustrie het door de goedkopere buitenlandse concurrentie erg moeilijk, wat tot massale bedrijfssluitingen leidde. Vandaag de dag zijn de effecten hiervan nog zichtbaar in de werkloosheidscijfers. Veel textielfabrieken zijn afgebroken, maar sommige gebouwen zijn behouden gebleven.

Van de villa’s die textielbaronnen lieten bouwen is Bellinckhof aan de Wierdensestraat volgens velen de mooiste. Gebouwd door de familie Ten Cate in de jaren 20 van de 20e eeuw is het eveneens een van de grootste textielhuizen in Twente. Het huis en park zijn niet toegankelijk voor publiek. Het ontwerp is van architect Karel Muller. De eetkamer is betimmerd met mahoniehout, de hal heeft een zwartgeaderde witte marmeren vloer en de zaal is van groene betimmering voorzien met roze zijde en behangen met familieportretten van de Ten Cates. De huidige familietelg is, net als de graaf, actief in stadsbehoud en helpt naast zijn eigen park het Egbert ten Cateplantsoen en het Beekluspark in Almelo onderhouden.

Nadat in 1664 de in het huis Almelo wonende toenmalige heer van Almelo, Zeger van Rechteren (1623-1674), het uitoefenen van de katholieke godsdienst verbood vertrokken de nonnen van het Almelose Sint Catharinaklooster in 1665 en vestigden zich 300 meter over de grens met Duitsland iets ten zuidwesten van het Nederlandse Glane in een klooster dat zij de naam Maria Vlucht gaven. Na de opheffing van het klooster werden de, voor een deel uit Almelo afkomstige kerkschatten verspreid over de regio.

Op 15 november 1944 werd door acht verzetsmensen een overval gepleegd op  De Nederlandsche Bank aan de Wierdensestraat. De buit bedroeg 46,1 miljoen gulden, de hoogste buit ooit tijdens een overval in Nederland. Deze bankroof werd nagespeeld in de stadsmusicals Van Katoen en Nu en Het verzet kraakt. De straatnamen in de Almelose wijk Sluiters veld zijn vernoemd naar verscheidene verzetsmensen.

 

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Almelo

 

Herengracht Almelo 1900:


Grote Kerk Almelo voor 1732 (Bron Reliwiki):


Landgoed Huize Almelo heel lang geleden: